Vandaag eten de trandelaars mee, bewoners die wandelend zwerfafval opruimen in de wijk. Maar ook andere buurtbewoners zijn aangeschoven. In totaal zitten er zo’n dertig mensen aan tafel.

Het hart van de wijk

Juist op zo’n middag wordt zichtbaar wat een Huis van de Wijk is. Niet alleen een gebouw met activiteiten, maar een plek waar mensen elkaar leren kennen, waar bewoners zelf iets opzetten en waar professionals helpen om goede ideeën verder te brengen. “Een hele gezellige, warme plek”, noemt sociaal werker Nicolette van Houten het. “Waar mensen uit de wijk kunnen komen, elkaar kunnen ontmoeten en waar heel veel gedaan wordt.”

Van trandelen naar tafelen

De soepmaaltijd is daar een mooi voorbeeld van. Het initiatief ontstond vanuit de trandelaars, de buurtgenoten die troep opruimen tijdens het wandelen. Zij trekken er twee keer per week op uit en daarna krijgen ze in De Stek verse soep. Omdat er toch gekookt wordt, maken de vrijwilligers wat extra. Zo kunnen ook andere bewoners voor een klein bedrag mee eten. “Meestal zitten we tussen de twintig en dertig mensen”, vertelt Nicolette.

De soep komt dus niet uit blik. Vrijwilligers Gerda en Yvonne beginnen soms al thuis met de voorbereidingen. Rond negen uur zijn ze in De Stek om verder te koken. “Omdat het gezellig is”, zeggen ze over hun vrijwilligerswerk. “Niet achter de geraniums willen zitten.” De sfeer is volgens hen de kracht van de plek. “We kunnen alles tegen elkaar zeggen. Er is gekkigheid, maar we zijn ook serieus.”

Bewoners nemen het initiatief

Dat informele karakter maakt De Stek laagdrempelig. Bewoners hoeven niet meteen ergens lid van te worden of zich vast te leggen. Ze kunnen aanschuiven, helpen, kijken, meedoen. Vanuit die kleine stappen ontstaat eigenaarschap. De Stek biedt ruimte aan initiatieven die uit de wijk zelf komen: vrouwenbijeenkomsten, dans, sport, Keti Koti, een iftar en activiteiten met moeders van school. Soms zet Welzijn Velsen iets in gang, waarna bewoners het langzaam overnemen.

Dat gebeurde ook na de iftar. “Die was zo’n groot succes”, vertelt Nicolette. “We hadden tachtig deelnemers en een grote groep vrouwen die met mij ging koken.” Daarna bleven mensen komen. Ze hielpen bij activiteiten, organiseerden zelf iets en brachten weer anderen mee. Zo verandert de samenstelling van De Stek stap voor stap. “Toen ik hier kwam werken kwamen er veel minder mensen met een andere culturele achtergrond binnen en nu zien we steeds meer een diversiteit aan verschillende culturen binnenkomen”.

De rol van Welzijn Velsen is daarbij vooral faciliterend. Professionals als Nicolette en haar collega Lieke maken ruimte, denken mee en helpen waar nodig. Maar zonder vrijwilligers kan De Stek niet draaien. “Zonder vrijwilligers is er geen Stek”, zegt Nicolette. “Er zit heel veel werk in. Dat kunnen we niet met z’n tweeën.”

De Stek door de ogen van vrijwilligers

Vrijwilliger Ernst van Beusekom weet dat als geen ander. Hij is al sinds eind jaren tachtig betrokken, eerst bij De Mel, later bij De Stek. Hij trandelt mee, helpt met praktische klussen, zet bakken buiten en is er op maandag, woensdag en donderdag. Voor hem is De Stek meer dan een activiteitencentrum. “Je komt altijd allerlei mensen tegen. Je hebt altijd een gesprek, een praatje. Ik ben alleenstaand. Ik wil graag mensen ontmoeten.”

Ook Lucie Faber komt al jaren in De Stek. Eerst via activiteiten voor haar dochter, later voor zichzelf. Ze trandelt mee en begeleidt een wandelgroep. Wat De Stek voor haar bijzonder maakt? “Dat je weet dat er altijd wel iemand of iets is waar je even een binding mee hebt.”

Aan de bar loopt Els Hoogland rond, al sinds 1970 actief in het buurtwerk. Ze noemt zichzelf een vliegende kiep. Ze helpt achter de bar, in de keuken en waar verder iets nodig is. Haar motivatie is eenvoudig. “Als ik mensen blij maak, dan ben ik zelf ook blij. En als zij genieten, dan geniet ik zelf ook.”

Een huis van en voor de wijk

Daarmee is De Stek precies wat een Huis van de Wijk wil zijn: een plek waar bewoners niet alleen bezoeker zijn, maar mede vorm geven aan hun eigen buurt. Met een wandeling, een pan soep, een praatje en de zekerheid dat er ergens in Velsen Noord een deur openstaat.